... eetcafé

... 'de kerk als eetcafé'


In april hield Klaas Hendrikse in het NPB-huis van de Open geloofsgemeenschap in Veenendaal een lezing waar nog heel wat over is nagepraat. Het was een pleidooi voor een kerk die - afgezien van enkele ‘nostalgische diensten’ - veel weg heeft van een eetcafé. In zijn boek Geloven in een God die niet bestaat duidt hij die ideale kerk als 
…een plek waar ieder terecht kan die trek heeft in geestelijk voedsel
Dat voedsel moet in zijn visie wel uitgebreid en gevarieerd zijn:
…lezingen, bezinningsbijeenkomsten, cursussen, muziek, meditatie, stilte, boek- en filmbesprekingen, kunst, verhalen voor groot en klein, poëzie, spiritueel knutselen enzovoort.
Antwoorden komen niet voor op de menukaart van Hendrikse. Elk gerecht is voorzien van een vraagteken: 
  • Waarom is er wat er is? - Wat is de zin ervan? - Waarom ben ik er?
  • Wie ben ik eigenlijk? Waar leef ik voor en waarvan?
  • Waar word ik gelukkig van en waarvan niet?
  • Hoe ga ik om met teleurstellingen, liefde, dood, anderen?
  • Wat heeft God daarmee te maken?
In de afgelopen maanden heeft de redactie van Ruimte in ’t Veen reacties van lezers uitgelokt op de visie van Hendrikse. Wij vroegen:
- Wat vindt u van ‘de kerk als eetcafé’? Spreekt het beeld u aan? 
- Beantwoordt het NPB-huis misschien al aan deze omschrijving en
- zo ja, is dat gewenst of juist zorgelijk (of misschien wel beide)?

Hier volgt de kern van de binnengekomen reacties.
 

Els van Duijvenbode schrijft: “Wij noemen onze NPB geen kerk, maar ik vind de term ‘eetcafé’ verschrikkelijk. Die zou er niet in mogen sluipen als beschrijving van onze NPB. 
M.i. beantwoordt het NPB-huis grotendeels aan de gegeven omschrijving. Dat is gewenst; niet zorgelijk. Maar wat ik niet wil midden en toch van belang vind voor een geloofsgemeenschap, is af en toe ook een dienst met bijbeltekst (of tekst van Boeddha enz. enz.) en dan daarbij een uitleg of link naar onze hedendaagse situatie.
Op een vrijzinnige, moderne manier. 
Mocht zo’n dienst er niet meer zijn, dan zouden we moeten afhaken bij de NPB en ons anders gaan noemen. Ook niet meer geloofsgemeenschap.”
Jan van Donkelaar: “Geloofsgemeenschappen worden over het algemeen gedragen door drie pijlers. Het boeddhisme spreekt van dharma, sangha en Boeddha. De meeste christenen zouden zeggen; het evangelie, de gemeente en christus. Bij ons is het misschien zoiets als: samen zoeken, gemeenschap en iets. Dat iets, de christus, de boeddha of het Zelf stuurt ons op pad. 
Gelovigen zijn mensen van de weg. De kerk is de geloofsgemeenschap waar we samen zoeken en verdwalen. In een eetcafé kom je samen om te consumeren, maar maak je dan ook automatisch deel uit van een gemeenschap? Binnen de commissie Ontmoetingen noemen we ons gebouw vaak ‘ons clubhuis’. In een clubhuis kun je geestelijk voedsel nuttigen, maar je zit ook samen aan tafel, zoals vrienden en familie. Dat voelt bij mij toch echt anders aan dan supersizing aan een tafeltje bij de MacDonalds.
Het enig ware antwoord zoek ik niet, wel begaanbare wegen. Ik geloof niet in een eeuwige waarheid. Een fundamentalist bedoelt met ‘leer’ iets totaal anders dan de werkelijke betekenis van dharma of evangelie. Het antwoord is dat wat je voorleeft, ieder kind zal je dat tonen. Wij zijn zelf het antwoord. Wie zoekt zal vinden.”
Dick van Beek: “Ik denk dat we allemaal wat meenemen uit onze keuken van gisteren. We toetsen of dit wel bij ons past. Moeten we de oude recepten achter ons laten? Proeven we alleen van de nieuwe gerechten? (Terwijl er ook smaakvolle zaken in het verleden waren: beelden van herkenning!). Of zijn we bereid om de dingen te mixen: symboliek, rituelen, handvatten?”
Erika Nap: “Het belang van de NPB ligt voor mij niet zozeer in de geestelijke boodschap – die kan ik ook wel in allerhande boeken en geschriften vinden - maar in de samenkomst met anderen: het samen zingen, samen ergens over spreken en contact hebben met mensen. 
Wat dat betreft sluit het idee dat Klaas Hendrikse van een kerk heeft wel aan bij de kerk die ik graag zou zien. 
Vooral het ontbreken van antwoorden vind ik belangrijk. Sowieso veranderen ideeën en antwoorden door de tijd heen. Wat ik 10 jaar geleden vond vind ik nu niet meer en wat ik nu vind zal ik waarschijnlijk volgende week, volgende maand of over een jaar ook weer betwijfelen. 
Ik wil graag geestelijk in beweging blijven door in contact met anderen en op basis van geschriften invulling te geven aan het leven van alledag en de zaken die "in het gewone leven" aan de orde komen. 
Op zich komt het NPB-huis wel in de richting van de "kerk als eetcafé”. Ik heb in ieder geval niet het gevoel dat hier waarheden aan mij opgedrongen worden of dat ik antwoorden aan moet nemen ‘omdat dat nu eenmaal zo is.’
Wat ik bij de kerk als eetcafé wel van belang vind is dat er samen gezongen en gesproken wordt. Juist het samen zingen geeft een goed gevoel en wil ik behouden. Daarnaast denk ik dat het goed is als iedereen die de behoefte voelt om iets met anderen te delen dat ook kan doen, maar dat er geen druk is om zaken te moeten delen. Geen moeten, maar mogen dus - en elkaar de ruimte geven om de ene keer wel en de andere keer niet bij te dragen aan de invulling van een bijeenkomst.”
Els de Roo: “Als ik een eetcafé binnenstap voel ik eerst of de sfeer prettig en uitnodigend is. Die vergelijking gaat alvast voor onze open geloofsgemeenschap gunstig uitvallen. Het hangt van mijn geestelijke trek van dat moment af, wat ik van de menukaart zal verteren. Echt bestellen wat je wilt is er natuurlijk niet bij: als bezoeker moet je maar afwachten wat je voorgeschoteld krijgt. De menukaart van de NPB Veenendaal is gelukkig redelijk gevarieerd en ik kan redelijk inschatten of het me zal smaken.
De 'nostalgische' kost mag van mij grotendeels vervangen worden door 'nieuwerwetse gerechten', ook met een multiculti-sausje: wereldgerechten gebracht door wereldburgers. Er zijn nog zoveel culturen, stromingen en bewegingen waar we van kunnen proeven. Onze smaak zal er door ontwikkelen. 
Maar laten we vooral de receptuur van eigen bodem niet vergeten. Dat is iets anders dan nostalgie. Authentieke gerechten, in de loop van de tijd aangepast aan een persoonlijke smaakontwikkeling. En daar een leuke mix van, inclusief de kunst- en expressievormen die daarbij horen (die mogen van mij meer vertegenwoordigd zijn); ja het water loopt me al in de mond... (Het lijkt me bijvoorbeeld leuk als een zich hiervoor lenend thema luchtig creatief- theatraal wordt ingeleid. In samenwerking met wie er op dat moment wil en kan: een ‘stukje op weg’ ).
Wat Klaas Hendrikse bedoelt met spiritueel knutselen is mij niet helemaal duidelijk. Ben er wel heel benieuwd naar. Komen we dan bij elkaar en hebben enkelen dan iets voorbereid? Of laten we het manna op dat moment uit de hemel vallen? Of een tussenvorm: aan de hand van een van tevoren bedacht ingrediënt dingen laten opborrelen, op zoek gaan naar iets bijpassends en dan kijken wat voor gerecht er ontstaat?
Antwoorden mogen zeker ontbreken. Ik zou zelfs de vragen nog verder willen vereenvoudigen: 
- wat is er? 
- is er zin? 
- wie ben ik? 
- wie of wat is God? 
Eén ding lijkt mij het fijnst van allemaal: 
met z’n allen - bij toerbeurt en uiteraard naar eigen kunnen - menu's bedenken, ingrediënten verzamelen, kok zijn, ober zijn, corvee draaien etc. Als een echte club met eigen clubhuis. 
We hebben volgens mij de sterren al in huis.”
Marcel van Veldhuizen: “De kerk heeft niet voor niets een sociale functie, dus spreekt het beeld van 'de kerk als eetcafé' mij zeker aan. Het NPB-huis heeft hier - als kleine, gezellige 'club' - aardig wat van weg. Wat mij betreft zeer gewenst: denk maar eens aan de diversiteit aan lezingen die hier worden gehouden! 
Maar het zou zorgelijk zijn als de ´nostalgische´ diensten meer en meer naar de achtergrond worden geschoven. Ik vind het zelfs verfrissend om van tijd tot tijd een traditionele dienst mee te maken, met een dominee die me met zijn preek aan het denken zet.”
Jaap van ’t Riet: “Ik merk dat ik een grote aarzeling heb bij de term ‘eetcafé’. Komt dat omdat het teveel lijkt op een soort hap-snap-weg-spiritualiteit? 
Geestelijk voedsel naar keuze en morgen weer iets anders? En als dat zo is: is daar iets mis mee? Wat mij betreft niet. Alleen: het is slechts een gedeelte van het verhaal. Volgens mij is het belangrijk dat mensen niet alleen iets komen halen – wat prima is – maar ook iets komen brengen. Zichzelf, hun eigen talenten, kwaliteiten. Dit gebeurt zeker in het NPB-huis en wellicht kunnen we dit nog versterken. Meer mensen de mogelijkheid geven iets van zichzelf te brengen. Ik weet dat er veel talenten en kwaliteiten zijn binnen onze open geloofsgemeenschap, die misschien veel meer kunnen worden ingezet – als men dat wil. 
Mensen kunnen dan ook hun eigen antwoorden delen. Want antwoorden zijn er wel degelijk. Alleen worden ze niet als algemeen geldend gepresenteerd. Het zijn persoonlijke antwoorden van dit moment.
En hoe je het noemt? Ach, uiteindelijk is de inhoud belangrijker dan de omschrijving, hoewel de vlag wel de lading moet dekken. Maar met zoveel verschillende talenten en kwaliteiten vinden we wel een alternatief voor de term ‘eetcafé’.”
Henk Harmsen: “Mijn eerste associatie bij een ‘eetcafé’ is de gezelligheid van een café. Samen komen met allerlei soorten mensen en gezellig praten en drinken. Ik vond dat in mijn jongere jaren heel leuk. Hoewel, samen met vrienden ergens thuis lekker kletsen vond ik nog veel gezelliger, want intiemer. In een café praat je namelijk in groepjes en niet samen. Een café is altijd individueel. Voor iets gezamenlijks moet je meer bij een ‘eettheater’ zijn. 
Zou het gezamenlijke meer in het ‘eten’ zitten dan in het café? Misschien wel als dat eetcafé alleen op zondag is geopend en steeds één gerecht op de kaart heeft, dat precies tussen 10 en 11 wordt opgediend. Zo’n eetcafé lijkt mij echter weinig aantrekkelijk voor bezoekers. 
Hooguit een kerk als ‘lopend buffet’: allemaal hetzelfde voedsel, ieder neemt wat hij wil. Of, heel elitair, met een lange vrijzinnige traditie: de kerk als restaurant.
Klaas Hendrikse omschrijft zijn idee van de kerk als een plaats waar ieder terecht kan die trek heeft in geestelijk voedsel. Je zou kunnen zeggen: dat doen de meeste kerken al. Misschien in onze vrijzinnige optiek heel summier en erg eenzijdig, maar toch, zo werkt het al wel. 
Verder zegt hij één gerecht ontbreekt: antwoorden. Waarom zo bang voor antwoorden? Een antwoord is soms als een toetje, soms als een voorspijs. Het mag soms best wel een beetje vet of vol suiker zijn, als het maar lekker is en de hoofdmaaltijd niet bederft. Kortom wil je een eetcafé, dan krijg je de antwoorden erbij.
Maar misschien ìs een kerk eigenlijk helemaal geen eetcafé. Waarom niet? Hier komt een antwoord - als voorspijs dan - in de vorm van enkele vragen:
Gaat het alleen om gezelligheid, consumeren en ondergaan? Is dat waar wij ons mee bezighouden in Veenendaal? Waar blijven de aandacht, de stilte, de symbolen en de tradities; waar blijft dat gevoel van het ene moment ‘een individu tussen de anderen’ en het andere moment ‘een met allen’ te zijn; de ‘mystiek’, het onuitsprekelijke? 
Dat zijn zaken die je waarschijnlijk in een eetcafé niet zult vinden. Daarom laat ik het eetcafé achter mij en omarm ik de kerk als open huis. De een neemt misschien bloemen mee, of een ander cadeautje, of een koek of alleen zichzelf. Het is er klein, knus, overzichtelijk. Je mag als je wilt en kunt in de keuken helpen om het eten te bereiden, de koffie te zetten of af te wassen. Je kunt ook in een hoekje gaan zitten en alleen maar luisteren. Of misschien luistert iedereen wel naar wat jij te vertellen hebt. 
Je kunt er samen lachen, en samen huilen.
Je voelt je er veilig en je bent altijd welkom.”
Nawoord


Tot zover de binnengekomen bijdragen. Ik heb ze zo veel mogelijk intact gelaten. Dat levert wel een paar ogenschijnlijke doublures op. Ik neem dat graag voor lief: soms hebben twee inzenders wel ongeveer dezelfde mening, maar is de invalshoek toch net wat anders. Aan de andere kant liggen tegengestelde meningen misschien in wezen niet zo ver van elkaar. Voor mij zijn deze acht bijdragen evenzoveel kleine persoonlijke portretten, die samen een aardig inkijkje geven in onze Open Geloofsgemeenschap NPB in Veenendaal.

Jan Veerbeek