In deze serie portretteert RiV personen die gezichtsbepalend zijn of waren voor onze open geloofsgemeenschap. Voor dit nummer van april 2011 had Jan Veerbeek een gesprek met de voorzitter van de NPB Veenendaal: Martin Schuitemaker.
Zondag 27 februari 2011.
Volgens de kalender is het nog winter, maar het lijkt volop lente als Martin en ik de afspraak nakomen die we twee dagen daarvoor hebben gemaakt: Martin zal mij een plek tonen die voor hem een heel bijzondere betekenis heeft gekregen en onderweg mag ik hem wat vragen over zijn visie op de NPB Veenendaal.
De tocht voert naar de 'Plantage Willem III' bij Elst. Voor Martin is dat bekend terrein, dat voel ik zodra we het klaphekje achter ons hebben, en ik ben zijn gast. Als rechtgeaard onderwijsman kan hij heel boeiend en geconcentreerd vertellen, maar met het grootste gemak schakelt hij over naar een detail aan de kant van het pad, waar ik zomaar langsgelopen zou zijn. Of hij zegt opeens: 'Een buizerd!', terwijl hij de richting aangeeft waarin ik moet kijken om de roofvogel te zien die zijn prooi zoekt. Even later vraagt hij mijn aandacht voor een herkauwend rund, met de filosofische opmerking: 'Belangrijk is dat: in rust verteerbaar maken…'
'Ik hou van schoonheid', zegt hij mijmerend terwijl hij stilstaat bij een omgevallen boom.
Als ik hem vragend aankijk vult hij aan:
'De stam lijkt dor en dood, maar als je goed kijkt zie je kleine takjes opkomen en naar boven groeien, en daar en dáár zie je het begin van knoppen. Dat is voor mij schoonheid! ' Als ik hem later die middag vraag wat voor hem de kern is van het voorzitterschap, zegt hij, na een korte aarzeling: 'De schoonheid bewaken….'
Andere wandelaars krijgen in het voorbijgaan een korte groet.
Soms zwijgen we beiden. Zo nu en dan stel ik een vraag.
Waar liggen jouw wortels?
'Ik ben geboren in Nunspeet, maar opgegroeid in Veenendaal. Ik herinner me nog dat ik als driejarig jochie in de verhuiswagen zat. Voorin, naast de chauffeur! Er lag sneeuw: onder ons was alles wit – daar zaten wij hoog boven.'
'Het gezin waarin ik opgroeide was warm, liefdevol. Ik was de oudste van vier en dat gaf mij een zeker gevoel van verantwoordelijkheid. Van mijn moeder heb ik de behoefte om sfeer te maken. Van mijn vader de manier van omgaan met de natuur en de liefde voor muziek. De band met mijn moeder is er altijd wel geweest, pas later besefte ik hoeveel ik van mijn vader hou.'
Wat herinner je je van de ontwikkeling van kind naar volwassene?
'Toen ik puber was, waren mijn vrienden belangrijk voor mij. De klassieke muziek die ik van huis uit had meegekregen, moest het even zonder mij doen. Wij kozen voor hardrock; geen soul! Tijdens muzieksessies wezen we elkaar met overtuiging op 'dat ene bijzondere loopje', maar na afloop legden we enthousiast een kampvuur aan op de bovenste verdieping van een flat in aanbouw. De bewaker en een politieagent vonden dat overigens geen goed idee…'
'Liefde voor de natuur zat er al vroeg in. Ik begon met nauwgezet determineren, beschrijven, benoemen. Maar toen ik studeerde aan hogeschool Windesheim leerde ik iets heel bijzonders tijdens een studiereis naar Roemenië. Ik liep naast Bert, die nèt even wat anders was dan de anderen, toen ik opeens een prachtige vlinder zag.
- 'Een blauwtje!' , riep ik trots.
- 'Jammer dat je dat nou hebt gezegd', reageerde Bert. 'Het is zo leuk om nog niet de naam te weten. Ik laat de kinderen kijken. Dan zeg ik zoiets als Oh, wat mooi! Hoe zou die heten? Dan valt vanzelf wel iets op dat bijzonder is. Misschien dat adertje op de vleugel, misschien de kleur. Zo vinden kinderen zelf een naam.'
Dat was een leerzame ervaring. Je verwonderen is vaak veel belangrijker dan 'weten' – dat geldt voor het onderwijs, maar ook in de NPB.
Hoe raakte je verzeild bij de NPB?
'Als kind hoorde ik bij de Bethelkerk. Toen ik Frowa leerde kennen vonden we een onderkomen in de Goede Reede. Ik was 'belijdend lid', maar achteraf heb ik me wel eens afgevraagd in hoeverre dat een bewuste, persoonlijke keuze was. Het was gewoon, vanzelfsprekend. Ik ben nog een poos coördinator van het jeugdwerk geweest, maar daarna had ik een tijdlang geen band met kerk of geloof.
Voor mijn ouders was dat moeilijk te aanvaarden. Uiteindelijk vonden Frowa en ik de weg naar het NPB-huis. Niet eens rechtstreeks: we lazen in de krant dat de NPB Veenendaal een buitendag had in het bos bij Rhenen. Zoiets wilden we wel eens meemaken. We voelden ons welkom en zijn uiteindelijk lid geworden. '
En nu ben je voorzitter…
'Ja, tijdens de bestuursproblemen van een paar jaar geleden besefte ik opeens wat de NPB – 'de club' – inmiddels voor mij was gaan betekenen.' Ik dacht: ' Wat we met elkaar hebben opgebouwd in de loop der jaren is zo waardevol; dat laat ik niet kapotgaan.’ Ik werd lid van het interim-bestuur en toen het definitieve bestuur moest worden gevormd, stelde ik me kandidaat voor de voorzittersfunctie. Eerst min of meer tot mijn eigen verbazing, maar toen ik eenmaal met algemene stemmen was gekozen, werd ik steeds enthousiaster. Of ik me ook wel eens juist geremd voel door het voorzitterschap? (Lachend) Ja, als een workshop elders me na tien minuten niet aanstaat, loop ik weg. In het NPB-huis moet ik wel blijven!'
Een verantwoordelijke functie – en een tijdrovende, denk ik!
'Dat eerste klopt wel, ja; maar dat tweede - zo voelt dat voor mij niet.
Heel belangrijk is voor mij de samenwerking met Wil Gouda. Doordat zij steeds aandacht heeft voor alle praktische en financiële aspecten, kan ik me richten op de grote lijnen: onze visie voor de toekomst.'
Kun je daar iets over vertellen?
'Over een paar weken is de ledenvergadering en die bepaalt uiteindelijk welke kant het uitgaat. Als Ruimte in ’t Veen verschijnt is die al achter de rug. Ik kan dus nu alleen maar aangeven hoe ik zelf de toekomst van de NPB Veenendaal zie. Mijn denken is sterk beïnvloed door een weekend in januari in de Ardennen. Frowa en ik hebben daar een vakantiehuisje, en dat hebben we een weekend beschikbaar gesteld voor een brainstorm. Zes mensen die wat leeftijd en ervaring een doorsnee vormen van onze geloofsgemeenschap, hebben daar in dat weekend indringend met elkaar gepraat – en naar elkaar geluisterd.'
Tussen aanplant van berken staan we stil.
'Berken zijn zo apart', zegt Martin zacht, terwijl hij zijn hand op een stam legt. 'Dat wit, dat kwetsbare; die drang om naar boven te gaan en dan te genieten van het zonlicht op de hoogste takken. Moet je kijken: sommige takken bewegen zachtjes in de wind, andere genieten roerloos. Soms zou ik wel een grote, stevige eik willen zijn, maar dat duurt nooit lang. In wezen ben ik een echte berk.'
Even later toont Martin mij zijn lievelingsplekje. Zittend onder een boom, met zijn rug tegen de stam, kijkt hij uit over het landschap. In de verte stroomt de Rijn. Wat dichterbij lopen een paar paarden. Hijzelf maakt deel uit van dat landschap.
Ik blijf op enige afstand staan.
Kort daarna, bij een vennetje, brengt de weerspiegeling het gesprek weer op het weekend in de Ardennen. Martin maakte daar een foto waarin de omgeving en de lucht worden weerspiegeld in een meer (zie pag. 13). De foto kreeg als titel: Verbinding.
Voor Martin mag dat het jaarthema worden:
'De kracht van de NPB is de sfeer: we zijn aardig voor elkaar.
Onze valkuil is de neiging ons af te sluiten voor anderen.
Onze allergie is dogmatisme.
Dus is onze uitdaging: ons verbinden met anderen!'
Wat betekent dat voor de toekomst van de NPB?
'Allereerst verbinding met de landelijke organisatie: isolement maakt ons zwak.
Maar ook met ànders-gelovenden. Als je die op kruispunten ontmoet, moet je je niet afzetten. Als je elkaar open benadert – vanuit je eigenheid – léér je van elkaar.
En in elk geval: met de maatschappij! We krijgen een prachtige nieuwe kans als binnenkort het terrein van de Ritmeester – aan de achterzijde van het NPB-huis - op de schop gaat. Willen wij dat de voorbijgangers naar een blinde muur kijken? Of laten we ook dáár ons gezicht zien? De achterliggende gedachte moet dan niet zijn: Hier moet je wezen, maar: Er is hier ruimte – ook voor jou!'
Is dat allemaal toekomstmuziek?
'Nee, we zijn al bezig. De 'NPB-podium'-projecten zijn al eerder bedacht, maar worden nu in ere hersteld. Een goed voorbeeld is de samenwerking met Ronald Naar in Lied van de ziel. Dat begon heel simpel met een bijeenkomst op zondagochtend die aansloeg. Daarna nodigden Ronald Naar en de NPB mensen uit om samen een avondje te komen zingen in het NPB-huis. Liederen van over de hele wereld, het maakt niet uit of je ze kent: gewoon meezingen. Inmiddels zijn er heel wat avonden geweest, met soms in de twintig, soms tegen de veertig mensen, velen van buiten de NPB. We hebben al afspraken gemaakt voor een vervolg.'
De zon staat inmiddels al heel wat lager en de naderende schemer brengt zo mogelijk nog meer rust in ons denken. Martin houdt van de schemering: op het grensvlak tussen licht en donker voelt hij zich nog meer verbonden met het onnoembare. Stil zijn en wachten kan dan leiden tot heel bijzondere ervaringen. Met zorg zoekt hij zijn woorden als hij vertelt van een gebeurtenis, een jaar of acht geleden, die veel indruk heeft gemaakt. Het was toen begin zomer en het schemerde. Hij zat en keek en luisterde; meer niet.
'En toen opeens: duizenden meikevers, zoemend boven het gras.
Waar kwamen ze vandaan? Waar gingen ze naartoe? Een ultieme ervaring.'
Wat Martin bedoelt kan ik ongeveer navoelen als we even later, op de terugweg, het berkenbosje net achter ons hebben gelaten. We staan stil, als vanzelf, zonder afspraak, zonder een woord te zeggen, volledig opgaand in de omgeving. Eerst zie ik alleen de grote runderen die hebben gedronken bij het meer en nu hun weg zoeken door het gras. Maar als ik de richting volg waarin Martin kijkt, zie ik na een poosje een groepje herten die onbevangen foerageren. Ergens boven ons in de bomen klinkt een ritmisch kloppen. De stilte wordt er niet door verbroken, maar versterkt.
Als we het klaphekje weer naderen, heb ik toch nog een vraag:
Je doet veel voor de NPB en je incasseert veel. Waar ligt voor jou de grens?
'Mijn grens? Niet exact te bepalen. Ja, toch: Als anderen mij willen vertellen wat ik moet geloven. Of als het basisvertrouwen ontbreekt. Dan houdt het op.'
Twee stiertjes bepalen op dat moment loeiend wie de baas is, wat de grens is. De rest van de kudde wacht gelaten af. Wij lachen woordloos: 'Tja, zo kan het natuurlijk ook…' - en lopen zwijgend naar de auto.
Bijna op het eind van de wandeling zien we twee bomen die elkaar lijken te kussen: Verbinding…
Jan Veerbeek