Overdenkingen‎ > ‎Jan Dijksterhuis‎ > ‎

Achtergrondruis

Ruis is iets waarin je bijna wilt proberen iets te zien. Er zijn mensen die aan radiotoestellen met vreemde frequenties gekluisterd zitten en daar signalen uit een andere wereld menen op te vangen. En als je naar het ruis op tv kijkt kun je lang turen tussen de vele kleine drukke komma-achtige wezentjes, maar dat is niet gezond voor de ogen.
Er zit veel raadsel in ruis.
We geven de naam ruis aan dingen die we zien, die we horen en ruis kan optreden wanneer dingen niet duidelijk zijn in vergaderingen of in organisaties. Alle dingen in de wereld zijn eilanden in zeeën van ruis. 
In 1964 konden Arno Penzias en Robert Wilson de hand leggen op een zeer gevoelige antenne die werd gebruikt om radiogolven op te vangen. Niet zomaar een radiootje, maar een supergevoelig 6 meter groot oor. De antenne werd in die tijd gebruikt om radiogolven van ballonsatellieten op te vangen. Dit waren zulke zwakke radiogolven dat zelfs het getril van de radio-ontvanger zelf storend werkte op het signaal. Daarom werd het meetgedeelte afgekoeld tot 269 graden onder nul. Penzias en Wilson waren erg blij met de antenne en wilden er astronomie mee bedrijven, misschien dat ze in verre sterrenstelsels zwakke signalen konden opvangen.
Wat ze met de antenne konden opvangen was niet spectaculair voor het oog. We zien wat lijntje met een recorder op ruitjespapier gekrast met snelle aantekeningen ernaast. Maar de betekenis van dit alles was zeer mysterieus. Wat ze ook afkoelden en wat ze ook berekenden, ze maten teveel radiogolven. Ze maten ruis, ook als ze het oor recht naar boven richtten waar alleen het heelal was. Misschien kwam het ruis van de aarde, die is zo warm en zo actief en ze richten de antenne in de richting van New York. Geen extra signaal van New York. Misschien is het de lucht rondom de aarde, maar nee. Het ruis kwam niet van planeten, niet van de sterren, niet van de melkweg. Het kwam ook niet van een nest duiven in de antenne, nadat ze die hadden verwijderd, bleef het geheimzinnige ruis dat van alle richtingen scheen te komen. In de lente van 1965 waren de metingen voltooid.
Ze hadden geen enkel idee wat het ruis zou kunnen zijn en waren nog optimistisch dat ze de oorzaak nog wel zouden vinden. Na nog wat extra geschroef en geklus en het apparaat zou nog weer veel nauwkeuriger worden en dan zouden ze kunnen meten wat ze wilden. Later zou duidelijk worden dat het apparaat uitstekend werkte en dat het ruis gewoon bestond. Zij zochten contact met de onderzoeksgroep van Robert Dicke in Princeton en toen werd het duidelijk dat het ruis een rest zou kunnen zijn van de oorsprong van het heelal. Er waren in die tijd twee opvattingen over de geschiedenis van het heelal. Eén die beweerde dat het heelal onveranderbaar was, is en zou zijn. Anderen beweerden dat er niets was en dat in een geweldige scheppingsexplosie alles tot wording kwam. Het bleek dat de eigenschappen van het ruis precies overeenkwamen met wat men had berekend voor deze oerknal. Het zou de echo van onze oorsprong zijn en tot op de dag van vandaag het belangrijkste argument voor de theorie van de oerknal. 
Ja er zit een hoop raadsel in ruis, het is overal om ons heen en het vertelt van onze oorsprong. Ik hoop stilletjes dat er nog veel meer raadsel in ruis zit. 
Een aantal jaren na hun ontdekking berekenden collega’s van Penzias en Wilson uit hun metingen van het ruis dat de aarde met een snelheid van 360 km per seconde, dat is 24.000 km per minuut!, door de melkweg beweegt. Daar merken we niets van en ik vind dat geen geruis, maar geraas.
Op 8 december 1978 ontvingen Penzias en Wilson de Nobelprijs voor natuurkunde.


Comments