Overdenkingen‎ > ‎Jan Dijksterhuis‎ > ‎

eenmaligheid

Ik herinner me een student in Engeland die met een ernstig gezicht beweerde dat wetenschap en geloven niet gemengd konden worden. Ik weet niet meer of hij zei dat de wetenschap had bewezen dat het geloof niet waar was, want dat zou erg interessant geweest zijn. Ik weet van zeer gerenommeerde wetenschappers die hetzelfde zeggen. Ik weet ook van zeer gerenommeerde andere wetenschappers die zeer nadrukkelijk gelovig zijn. Ook binnen het terrein van de “harde” beta-wetenschappen. Wat ik ook besef is dat onderzoekers heel erg veel weten van een naar verhouding klein gebied. Daarom is de sprong van dat kleine gebied tot algemene grote uitspraken over de aard van de wereld heel boeiend. Omdat men een klein gebied min of meer begrijpt wordt dan het totaal begrepen? 
Een Canadees onderzoek liet zien dat prikkeling van een klein hersengebied leidde tot sterke religieuze ervaringen bij de geprikkelden. Daarmee waren ook deze ervaringen die vanuit alle tijden en landen op ons af zijn gekomen weer veilig binnen de vleugels van de verklaarbaarheid gebracht. Maar wat is er hier verklaard. Wat is verklaren zelf en wanneer begrijp je iets. Kan het niet zijn dat je een bijzondere ervaring kunt hebben, maar wel iets moet hebben waarmee je ze kan hebben?
In het wetenschappelijk experiment speelt herhaling een grote rol. Eenmalige waarnemingen zijn niet geldig. Er wordt gevraagd naar herhalingen en je moet vermelden hoe vaak je een experiment hebt gedaan. Je werkt derhalve met gemiddelden. Gek, dacht ik, in mijn leven wemelt het van de eenmalige gebeurtenissen die grote gevolgen hebben gehad. Natuurlijk zijn er ook de herhalingen, de 7.42 naar Bunnik bijvoorbeeld. Maar als je het nauwkeurig bekijkt is elke keer weer anders. Maar het gemiddelde is toch de 7.42 (binnen een marge van 15 minuten).
Comments