Overdenkingen‎ > ‎Jan Dijksterhuis‎ > ‎

Over de verbinding

In het plafond van de Sixtijnse kapel zie je die wondermooie afbeelding waar verbinding lijkt te bestaan tussen God en Adam tijdens de schepping, maar als je goed kijkt bestaat er toch een kleine afstand tussen de twee vingers. De vraag dringt zich op of Michelangelo dit met opzet heeft gedaan en ik krijg een beetje een droevig gevoel wat voor een kloof deze kleine afstand in wezen is gebleken.

De kloof staat voor afstand, afstand tot zowat alles. 
Afstand tussen mensen onderling en tussen de mens en zijn wereld.
Afstand is onbereikbaarheid en onbereikbaarheid brengt verlangen. En als je weer naar het schilderij van Michelangelo kijkt, wie verlangt er naar wie; de mens naar God, God naar de mens? 
Afstand is niet kennen en dat brengt ook onbegrip, haat, slaan.

Maar misschien is de kloof tussen de twee vingers ook wel nodig om een beetje leuk te leven. 
Immers nieuwsgierigheid, misschien wel de diepste menselijke trek, dat kun je alleen maar hebben als je niet weet. En ook niet weten is in zekere zin afstand. Verkneukelen is ook afstand, maar wel met het vrolijke uitzicht dat de afstand wat kleiner wordt, dat je nog beter zult leren kennen. Verwondering is ook afstand, iets is naderbij gekomen en je kende het nog niet.

Zou God zich verkneukelen? Immers als je alles al weet, wat blijft er dan te verkneukelen over? Of zou hij zich verkneukelen aan ons psalmgezang of aan de offers van de oude Israelieten, een welriekende reuk in Zijn neus.

Is dat de afstand van de twee vingers, dat wij ons kunnen verwonderen, omdat wij als mens nog eens wat nieuws kunnen zien? Omdat we beperkt zijn, kunnen we opnieuw kennen 
En dat is de vernauwing.

Beperktheid is ook stof zijn, materie. 
Materie die stug is en zijn eigen weg gaat. En volgens de natuurwetenschappen zijn eigen wetten heeft, vaste wetten. Wetten die ook de mens geheel bepalen, leer mij de bolletjes kennen waaruit u bestaat en ik zal u zeggen wie u bent. En verder ik zal voorspellen wat u zult worden in de toekomst.
De natuur heeft zijn wetten en wat wij ervan vinden? Dat is slechts bijzaak! En dieren mogen al helemaal niets vinden. Ik heb olifanten zien lijden en bavianen met maagzweren en doffe sombere blik in hun ogen gezien en ze leden niet aan de mens, ze leden aan de natuur zelf.

In de wereld is stof, wij zijn stof, wij waren stof en zullen weer stof worden. Maar ja, dan weer de zintuigen, de wind en de zon op de huid, kleuren en zonsondergangen, voelen en omhelzen. Is het omdat we beperkt zijn dat God leert opnieuw te kennen en opnieuw bewust wordt?

Nu zijn er nogal wat berichten over het bewustzijn. Als we diep in onszelf kijken kunnen we misschien diepere berichten ontvangen en krijgen we verbinding met iets dat veel groter, en gemeenschappelijker is dan alles wat we kennen. Misschien herinneren we ons de lezing van Bram Moerland die dat zei eerder dit jaar.We hebben ook verhalen gehoord over de hersenen als een soort radioontvanger van een bewustzijnsveld dat zeer groot is, zo niet eindeloos. En dat we als we doodgaan, weer in dat veld teruggaan. Dit was wat Pim van Lommel ons vertelde in verband met de bijna dood ervaringen die hij heeft bestudeerd. Ik lees momenteel een boek van de natuurkundige/hindoeist Awit Goswami die uitlegt dat alle stof vanuit het bewustzijn is. Met andere woorden als we ergens naar kijken bestaat het! (en anders niet).

Al deze mensen houden zich bezig met de beperktheid, immers de mens op aarde spreekt: Verruimen wil ik mij, of zoals Hadewijch in de Middeleeuwen verzucht: “Alle dinghe zien mie te inghe”. Door de hele menselijke geschiedenis hebben mensen gezocht naar ervaring en verbinding die overstijgend waren. Soms door langduringe medidatie, maar net zo goed door wilde dans en trance en grote hoeveelheden whisky. In Nieuw-Guinea was er een nieuwe beweging ontstaan na de kolonisatie waar Papua’s zeer bezig waren met de wederkomst van Christus en werkelijk onophoudelijk met hun hoofd op de grond sloegen totdat ze een “ visioen” hadden.

Er zijn veel mensen met een sterk verlangen in dit opzicht. De prediker verzucht: de mens heeft de eeuw in het hart, alsof Godzelf ons deze plaaggeest in het hart heeft gelegd.
Misschien is hijzelf de plaaggeest in ons hart die zelf steeds verder tot bewustzijn komt

Ik heb wel eens het volgende beeld gehad, dat God op de een of andere manier het leven uit de modder omhoog heeft getrokken en dat dit door de hoognodige rommel en eterij en vechterij van de natuur heen steeds verder omhooggetrokken wordt om uiteindelijk steeds verder tot bewustzijn en karakter te komen en dat dit op de een of andere manier ook zelf god is en misschien dat we nog wel eens helemaal loskomen.

De mens lijkt wel een boom met tak en wortel, naar boven gericht, naar beneden verankerd. Door licht dat geen stof is kan hij zich voeden, zonder licht geen leven voor de plant alhoewel alle stoffen/materie voorhanden zijn, mineralen en water uit de bodem en koolzuurgas in de lucht. Zonder licht is er geen zin in het leven, heeft het leven geen zin.

Hoe breng je vernauwen en verruimen bij elkaar?
Vernauwen-verruimen, het lijkt wel een ademhaling, alles in dezelfde borstkas.
Misschien is op dit moment het meest voor de hand liggende antwoord wel onthutsend simpel namelijk door beide te erkennen en een plaats te geven. Aan de ene kant “ het dagelijks leven” en de andere zijde “ de oneindige droom” .En op die wijze wordt geboren “ god in de mens” en “ de mens in god”.


Comments