Cursiefje


Zielsbestemming
(RiV apr. 2014)

Zielsbestemming, een thema dat me bezig-houdt, maar waar ik weinig raad mee weet. Minke Weggemans sprak hier eind januari over in haar inleiding over ‘Broederziel alleen’. Toevallig (?) luisterde ik diezelfde avond naar een channeling van Pamela Kribbe met vrienden uit mijn oude woonplaats Best. Heel boeiend allemaal.

Maar wat betekent zielsbestemming nu voor mij?

Hoe harder ik hier aan werk of hoe dieper ik erover nadenk, hoe moeilijker het voor mij wordt. Misschien herkenbaar. De schijnbare eenvoudige oplossing is ‘loslaten’. Maar wat moet je dan loslaten en moet je het dan laten vallen of mag het op je handen blijven liggen?

Bij mijn laatste crisis, bijna een jaar geleden, heb ik aan de hand van het boek van Steven Covey ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ naar mezelf gekeken. Wat vind je leuk, waar ben je goed in of krijg je energie van? waren de vragen waar ik een antwoord op mocht geven. Ligt je zielsbestem-ming dan zo dicht bij je? Hoef je eigenlijk alleen maar te leven en te doen wat je het liefste wilt doen? Ik heb daar best moeite mee, om zo te leven.

In een andere periode in mijn leven heb ik lang nagedacht over de zin uit 


Ruimte (RiV dec. 2013)

Nog een paar maanden, dan zit mijn periode als voorzitter erop. Goed dat er ook op deze positie weer ruimte ontstaat voor …..

Ruimte ontstaat daar waar we niet meteen invullen. Hoe meer ik hier-over mijmer, hoe meer ik besef dat dit voor mij één van de moeilijkste dingen is. Ik heb moeite met open einden en ook met een open start.   En ook al zingen wij ‘Ga je mee ver-dwalen, ik weet de weg’, de steeds terugkerende roep om vast te stellen wie wij zijn geeft mij het vermoeden dat er meer mensen zijn in onze vereniging die moeite hebben met niet ingevulde ruimte. Als we name-lijk bepaald hebben wie wij zijn, kunnen wij ons verder ontwikkelen, van paars naar rood of omgekeerd, sla Ken Wilber er nog maar eens op na. Toch …..?

De leerweg die ik al een tijdje ga is die van het loslaten, het niet vast-stellen, het beseffen dat er erg veel is dat ik niet weet en dat hetgene ik denk te weten niet zo hoeft te zijn. Dit is voor mij iets anders dan twij-felen en me in een toestand van on-zekerheid voelen. Het is meer mijzelf in een positie zetten waarbinnen ik ruimte ervaar voor mogelijkheden, voor ontdekkingen en voor verwon-dering. Zo geeft het ruimte om af en toe de dingen te laten gebeuren zoals ze gebeuren. Even niet te plannen, niet te sturen, niet in te kaderen en zelfs niet te herkaderen of om te denken. En dan vervolgens geen 





Mensen uit een ander land die in Nederland zijn komen wonen (RiV sep. 2013)

 Vroeger ging ik graag met mijn moeder naar de kerk. Ik ben van katholieke huize. Ik was erg op mijn moeder gesteld maar besefte dat niet zo. Het woord emotie stond niet in ons woordenboek. 

Soms lagen er in de kerkprentjes met een gebed erop om mee te nemen. Als het me raakte stopte ik dat in mijn missaaltje en las het vaak over. Zo was er eentje van ‘Het Apostolaat van het gebed’. Het ging over ‘Eén zijn’. Mogen wij allen Eén Zijn. Het deed iets met mij. Maar wat wist ik niet.

 Een paar jaar later overleed mijn moeder. Een priester-oom oftewel heeroom maakte een prachtig gedachtenisprentje over haar. Ook dat prentje kwam in mijn missaaltje terecht.

 Jaren later kwamen er vele malen mensen, afkomstig uit verschillende landen, op mijn pad. Mensen die in Nederland kwamen wonen vanuit de Dominicaanse Republiek, Colombia, Turkije, Marokko, Spanje etc.












Zijnsopleiding

(RiV apr. 2013)

 In dit cursiefje wil ik graag het volgende met jullie delen: sinds september vorig jaar volg ik het eerste jaar van de Zijnsopleiding in Utrecht. Het gedachtegoed van deze opleiding heeft raakvlakken met de zaken waar wij ons als NPB-ers mee bezighouden.

De oprichter van de opleiding, Hans Knibbe, zegt het volgende: ‘Er is een grote schat in ons. Een onuitputte-lijke bron van rijkdom, liefde en helderheid. Dat is onze diepste aard, onze Zijnsgrond.’

Die hoofdletter! Onze Zijnsgrond… dat duidt op iets waarvoor Knibbe veel respect heeft, iets wat hij wellicht als heilig beschouwt. Ik voel dat zijn houding tegenover het zijns- gedachtegoed raakt aan mijn houding tegenover het onbenoembare. En zo ligt de opleiding min of meer in het verlengde van mijn beleving bij de NPB. Hieronder vat ik samen wat het zijnsgedachtegoed dan behelst.

Onze Zijnsgrond, dus onze bron, is bedekt geraakt in ons dagelijks bewustzijn. De oorzaak hiervan zoekt Knibbe in het niet gekend, niet gezien zijn in onze vroege jaren. Dit hebben we allemaal ervaren, de een minder, de ander meer, maar bij ons allemaal zijn er momenten geweest waarop we niet gezien of gekend werden. 












Gabriël (RiV dec.. 2011)

 

 

Als ik aan engelen denk, schieten me meteen heel wat liedjes te binnen. Vaak zijn het van die zoetsappige liefdesliedjes waarin een zanger zijn geliefde als een engel ziet. Liedjes die ik u liever wil onthouden.

Maar gelukkig, er zijn toch ook uitzonderingen. Liedjes die je verrassen, haast onverwacht tot je komen. Ik zou haast zeggen: zoals het een engel betaamt.

Eind 2002 zat ik in het Utrechtse Vredenburg bij een concert van de Ierse zanger Luka Bloom. Hij bracht halverwege het concert een nieuwe song, getiteld 'Gabriel'. Bij de eerste klanken viel de zaal compleet stil. Als ik de song nu weer beluister, voel ik die stilte weer. Want ik hoor een breekbaar lied, geboren uit kwetsbaarheid, overgave, maar ook vertrouwen. Vertrouwen op een engel.

De zanger roept Gabriel aan: 'Verlaat me nooit, blijf bij mij.'

'Gabriel, can't you hear me

Hear me call in the night

Gabriel, never leave me

Just stay here by my side'

 

 

 

 

 

het nummer van Acda & De Munnik ‘Niet of nooit geweest’: ‘Ik ben mezelf niet, of al die jaren nooit geweest’. Natuurlijk ben je altijd jezelf geweest, want wie kun je anders zijn? Maar toch … ik had het gevoel dat ik niet (helemaal) mezelf was. Ik wilde wel anders, maar hoe?

Ook een nummer van Acda & De Munnik ‘Vandaag ben ik gaan lopen’ (mijn lijfnummer) geeft mij de boodschap wat ik mag doen. De laatste regels van het lied geven mooi weer wat ik erbij voel.

‘Vandaag ben ik gaan lopen, omdat dat is wat ik wou.

Heb geen idee waarom men zei dat het niet kon.

Zeg liever, ga maar, dat is leuk, en moet je doen.

Want kijk me lachen man.

Hier loop ik nou.’

En ik ben weer gaan lopen. Rond de zomer fluisterde ik een diep gekoesterde droom hardop in Het Venster en Martin Schuitemaker zei: ‘Ik doe met je mee’. Zomaar, uit het niets. Mijn droom is om een SamenLoop voor Hoop in Veenendaal te organiseren. Een prachtige 24-uurs wandelestafette, een fundraising evenement voor het KWF, een evenement voor de medemens, voor een lach en een traan. Het kost me enorm veel tijd, maar het levert me enorm veel energie, plezier en warme ontmoetingen op.

Kijk me lopen toch. Hier loop ik dan.                            

                             Tom Baerends


oordeel te hebben over wat er dan gebeurt. Dit vraagt om een ‘Ja, en  - houding’.Misschien kunnen we proberen om op deze wijze onze identiteit te benaderen. Zoiets van: het is ons tot nu toe niet gelukt om onze identiteit vast te stellen in woorden. En toch zijn we wie we zijn (wie zouden we anders moeten zijn?). Wij waaien met alle winden mee. En het voelt fantastisch, we hoeven geen energie te besteden aan weerstand tegen de wind en het brengt ons op ‘plekken’ waarvan we het bestaan niet eens wisten. Het leert ons flexibel te zijn. Ja, en er is ruimte voor ieder mens ongeacht geloof, ras, afkomst en ontwikke-lingskleur.

Natuurlijk zijn er ook wel eens bijeenkomsten die voor mij per-soonlijk niet (meer) zo hoeven. Ja, en ik ben blij dat we die bijeen-komsten hebben omdat anderen hier wel weer hoop, energie en inspiratie uit putten. Er is zoveel dat maakt dat wij elkaar op zondag en op andere dagen blijven opzoeken. Laten we in onze zoektocht naar onze identiteit vooral hier woorden voor vinden. En soms liggen die gewoon voor het oprapen:

ik weet niet welke kracht mij brengt op deze plaats
ik weet niet welke kracht mijn breekbaar leven draagt
en hoe, met welke naam, ik haar bekleden zal

het einde van de tijd, de oorsprong van het al                                  Martin







Ondertussen hebben mensen uit Turkije en Marokko hier hun weg gevonden (min of meer). Velen voelen zich wel geaccepteerd en ook gaat het percentage dat hoger onderwijs volgt langzaam omhoog.

 Een Marokkaanse vrouw zei tegen mij toen we het over man-vrouwverhoudingen hadden: ‘we leven niet meer in de middeleeuwen hoor’!  Zij had als schoolmeisje veel steun gekregen van haar toenmalige buren, toen zestigers.

Zij heeft nu acht zonen. Gaan die zonen allemaal een vrouw halen in het geboorteland van hun ouders?

 Langzamerhand zal er een tijd komen dat Nederlanders en mensen afkomstig uit een ander land relaties aangaan met elkaar. Het vraagt tijd om elkaar meer en meer te leren verstaan, cultuurverschillen te overbruggen en te leren beseffen dat ieder mens uniek is en mag zijn.

 Na mijn vijftigste, zestigste jaar snapte ik waarom dat gebed me vroeger zo getrokken had. De ‘grenzen’ moeten weg gaan vallen.

Wij komen allen voort uit die ene bron: ‘Al wat is’.

‘Mogen wij allen weer één worden’!

Anke van der Werff




Daardoor hebben we een deel van

onszelf, bewust of onbewust, afgesneden van het contact met onszelf en de buitenwereld. Daardoor lijden we. Toch komt onze Zijnsgrond af en toe omhoog: wanneer we ontroerd zijn door schoonheid, of door een goed gesprek zijn opengegaan. Op dat moment zijn we even vrij van ons benauwde, beperkte en voorspelbare stramien. We overstijgen onszelf en proeven bestaansmogelijkheden die veel ruimer, inspirerender en crea-tiever zijn. En gek genoeg, voelt het ook heel eigen en vertrouwd. We beseffen: zo ben ik eigenlijk bedoeld.

Wat we allemaal willen, is deze Zijnsgrond leven! Daartoe heeft Knibbe een methode ontwikkeld die zowel meditatie behelst als psychotherapie. De student herbeleeft het niet-gezien zijn, maar tegelijk wordt zijn Zijnsaard wakker gemaakt met meditatie en visualisatie. Zo wordt de student langzamerhand steeds vrijer van zijn zelf gecreëerde stramien.

‘Ik geloof dat het zijnsgeoriënteerde werk een onderdeel is van een wereldwijde tendens om tot een nieuw soort levenskunst te komen, waarin zowel de diepe spirituele wortels van de mens worden aangesproken als dat er ook aandacht is voor de drang om de eigen vorm tot bloei te brengen,’ zo zegt Knibbe.

En daar ben ik het van harte mee eens. Op weg naar een nieuw bewustzijn!    
                 AnneMarie Viergever
 










Zijn engel waakt over hem. De zanger sluit zijn ogen aan het einde van de dag en ligt in de armen van zijn engel.

'My angel watches over me
And keeps me from all harm
I close my eyes at the end of the day
And lie in my angel’s arms'

Zijn engel kent de donkerste plekken in zijn ziel, maar houdt van hem als hij dat zelf niet kan. Hij vertelt wat hem verteld moet worden .

'My angel knows the darkest places
Deep down in my soul
And loves me when I can’t myself
And tells what I need to be told'

De song eindigt met een wens. 'Als ik mijn weg kwijtraak of een misstap maak, zeg dan dat het goed komt met mij.'

'If I lose my way or step out of line
Let me hear you say, I'll be fine
My angel, my angel'

Die laatste woorden, 'Mijn engel, mijn engel', zijn er niet zomaar.
Nee, ze zeggen dat de engel nabij is. En daarmee keert het lied terug naar de beginregels en is het rond:
 'Verlaat me nooit, blijf bij mij.'    

Marcel van Veldhuizen


Comments