Van de voorzitter

(RiV - april 2013)

Zoeker en vinder

 Een verhaal over hoe de zoeker een vinder werd

Deze keer wil ik de ruimte die ik als voorzitter krijg gebruiken voor een verhaal.
Dit is een waar verhaal. Het gaat over het leven van Henk, een vriendelijke onderwijzer, getrouwd en vader van drie kinderen.
In de eerste dertig jaar van zijn leven dacht Henk niet zoveel na over het leven en over zichzelf. Het leven was tamelijk eenvoudig, bestond uit fijne vaste patronen, de normen en waarden stonden vast, God vond hij in de kerk en liefde, haat, geluk, verdriet, vrolijkheid en angst vond hij in zijn gezin, op zijn werk, bij zijn vrienden en familie.
Dat waren de eerste dertig jaar, en hij zag dat het goed was.
De tien jaar die volgden waren anders. In toenemende mate bekroop hem het gevoel en de gedachte van ‘is dit alles, hoe-hoe-hoe-hoe, is dit alles wat er is?’ (dat hoe-hoe is een grapje voor liefhebbers van Nederlandstalige pop en moet u niet als vragend voornaamwoord lezen). En toen Henk halverwege deze periode was, is hij actief, zeer actief, op zoek gegaan. In de kerk kon hij God niet meer vinden, hij droop zachtjes aan af. In zijn werk vond hij andere zoekers, die hem meenamen naar hun schatkamers vol klatergoud, gebakken lucht en pakketjes schroot met een dun laagje chroom (weer een grapje voor de liefhebbers van Nederlandstalige pop). De zoektocht was intens, met als gevolg dat hij steeds minder ging zien, steeds meer verloor, steeds vaker dacht dat hij het gevonden had, steeds vaker teleurgesteld was en steeds meer losraakte van alles wat hem lief had.
Zijn lijf heeft hem voor erger bewaard, op een dag vond hij zichzelf hyperventilerend op de vluchtstrook van de snelweg. Hij was kapot, hij stond stijf van de angst, walgde van zichzelf en ontdekte dat hij leeg was.
Dat was de tweede periode, en achteraf zag hij dat het goed was.
Hij is naar huis gegaan, vond daar de mooiste mensen van de wereld, die hem weer leerden wat echte liefde was. Hij is naar zijn nieuwe werk gegaan en vond daar wijze kinderen die hem leerden wat gewoon leven was. En zo begon hij stukje bij beetje te vinden zonder te hoeven zoeken. Het was er al, altijd al, gewoon overal om hem heen.
In de jaren die volgden vond hij zichzelf, stukje bij beetje. Toen hij eindelijk zag wie hij was, heeft hij ontroostbaar gehuild en ongeremd gelachen. ‘Ik ben lelijk en mooi tegelijk. En dat is oké, zo hoort het!’, riep hij uit.
Dat was de derde periode, en hij ziet iedere dag weer dat het zo goed is.

 

Met de zegen van de hoop
Ben ik tot hier gekomen
En met de regen in mijn rug
Weet ik waar ik ben
Weet ik dat ik dromen mag
Ik ga nooit meer terug
Nee, ik ga nooit meer terug 

Dichter bij de grond
Heb ik me neergeschreven
En lichter in mijn hoofd
Weet ik wie ik ben
Weet ik dat ik leven zal
Ik ga nooit meer terug
Nee, ik ga nooit meer terug 

Ik ben bijna waar ik zijn moet
Bijna waar ik zijn moet
Bijna op mijn plaats
Die ruimte is van mij
En mocht ik het niet halen
Dan was ik toch dichtbij
Ik ben bijna waar ik zijn moet 

 

Het lied is geschreven door Peter Slager en het verhaal door Martin Schuitemaker.

(RiV - december 2012)

Ik zit op mijn stoel, er klinkt een rustig jaren-50 muziekje uit de speakers, het palet-kacheltje snort en mijn hoofd duizelt. Dat duizelen heeft diverse redenen:

1.         Ik ben herstellende van een griepje. Ziek zijn is niet leuk, maar het heeft ook een voordeel: ergens halverwege de herstelperiode ga ik genieten van de rust die deze, door mijn wijze lijf veroorzaakte, time-out mij verschaft. Tegelijkertijd heb ik dan ook tijd om te filosoferen over het vraagstuk waarom ik eerst ziek moet worden (of flink last van mijn rug moet krijgen) voor ik echt rust neem. Natuurlijk ga ik hier geen antwoord op geven, dat zou niet vrijzinnig zijn.

2.         Zaterdag ben ik met een vriendin het Amerongse bos ingedoken voor een lange wandeling (onder het motto ‘Ga je mee verdwalen, ik weet de weg’). Beiden hadden wij het gevoel dat we weer eens echt wilden ‘vlammen’ en binnen ons werk gaat dat steeds moeizamer. Het gesprek dat we onderweg hadden was al zo verhittend (ik wilde hier verwarmend neerzetten, maar dat zou te lauw zijn geweest), dat het massa energie gaf om samen iets te gaan ondernemen. Natuurlijk ga ik niet vertellen wat, maar als er wat loskomt bent u (als u een trouw bezoeker bent van de zondagmorgenbijeenkomst) de eerste die ervan hoort, ziet, proeft, ruikt en voelt.

3.         Vandaag heb ik het nieuwe boek van Henk Harmsen in één ruk uitgelezen. Het boek draagt de titel ‘Open Ruimte’ (even een politiek incorrecte opmerking: toch misschien wel een mooie, eenvoudige, ladingdekkende naam voor ons ‘huis’?!). Dit boekje is een mooie afsluiter van de eerste periode die we met Henk en Henk met ons mocht(en) beleven. Henk neemt voor onbepaalde tijd een time-out om ruimte voor zichzelf en misschien ook wel voor ons te scheppen. Het boek ‘Open Ruimte’ is een zeer persoonlijk geschreven werkje, waarin Henk op onnavolgbare wijze, helemaal ‘op z’n Henks’, de lezer meeneemt langs vrijzinnige geloofsbelijdenissen, geloven, sterven, maar vooral leven in het licht. Op 23 december zal Henk in zijn laatste bijeenkomst van zijn eerste periode nog één keer even stilstaan in het voorbijgaan. Het boekje is voor iedereen beschikbaar. Natuurlijk ga ik niet vertellen wat er precies in het boekje staat, het is het zelf lezen meer dan waard.

Tja, en wat is nu de moraal van dit verhaal? Nou daar komt zij dan:

Als u de rust wilt krijgen om met rode oortjes een goed boek te lezen, zorg dan dat u griep krijgt van een middagje vlammen in het bos met een goede vriend(in).

Martin Schuitemaker

(RiV - september 2012)

Na een heerlijke vakantie in Zuid-Engeland zat ik vanmorgen weer gewoon in ons oude vertrouwde ‘NPB-huis(je)’. Net zoals woensdagavond op de Patrimoniumlaan, voelde het ook hier weer goed om thuis te komen. Ik was een aantal weken niet in ons ‘huis’ geweest en ik voelde me echt blij toen ik de bekende gezichten weer zag glimlachen naar mij, de vertrouwde stemmen weer hoorde en de hartelijke handen weer op mijn rug en schouders voelde. Een liefdevolle gemeenschap heet zoiets. Een verrijking voor mijn leven.

Ik besefte meer dan ooit hoe belangrijk dit is voor mij, maar ook voor wie wij samen zijn. Ook al was de inhoud van de bijeenkomst mooi en inspirerend, de bijeenkomsten maken ons niet tot wat wij zijn, het zijn de (min of meer) vormgegeven uitingen van wie of wat wij zijn. 

Soms zingen we ‘Ik weet niet welke kracht ons brengt op deze plaats’, maar misschien weet ik het stiekem toch wel. Frits Muller, de gast-voorganger die vanochtend bij ons was, gebruikte de woorden van Huub Oosterhuis om ons mee te nemen in de beelden van God. Het beeld van dat Gods bestaan afhankelijk is van de mensen en het bestaan van de mensen afhankelijk is van God, spreekt mij aan, voelt in de diepere lagen van mijn mens-zijn als een mooi stukje van de waarheid. Dit impliceert verbondenheid van de mens met zijn God en van de mensen met elkaar. En misschien is verbinding wel de kracht die ons brengt op dat kleine plaatsje dat wij (voorlopig nog even) het NPB-huis noemen. Niet als elitegroepje dat het zo goed met elkaar heeft, maar in het besef dat wij allen deel uit mogen maken van dat of die ENE. Op zondagmorgen, als wij elkaar ontmoeten, is dat besef krachtig aanwezig, bewust of onbewust weten.  Dat is wat ik voel.

Dat is wat ik mijn medemensen ook gun. En wat dat betreft is het misschien wel jammer dat wij onze bijeenkomsten vieren in een voormalige opslagplek van een steenkolenhandelaar in plaats van in een glorieuze kathedraal zoals ik die gezien heb in Engeland. Alhoewel, hier komen wel drommen mensen op af, maar iedereen loopt met de blik op de schitterende gewelven en de kleurrijke glas-in-loodramen hoog boven zich aan elkaar voorbij…… Ik ook. Eigenlijk vind ik ons ‘huis’  indrukwekkender dan de indrukwekkendste kathedraal in het land van de engelen.                                         

Ik wens een ieder die dit leest de zegen van echte verbinding, een echte band met het menselijke en het goddelijke toe! Op welke manier dan ook!

Martin Schuitemaker

 

 

(RiV - december 2011)

Op 20 november hebben we op een bijzondere manier het kerkelijk jaar afgesloten met een thema-ontmoeting onder de titel ‘liefde en afscheid’. Diep werd ik geraakt door de intimiteit en de liefdevolle warmte die wij met elkaar, naar elkaar uitstraalden. Tijdens dit soort ontmoetingen dekt het woord gemeenschap in onze ‘voornaam’ Open Geloof(s)gemeenschap zo zuiver de lading. Het meest bijzondere moment ervoer ik toen wij allemaal bij het fonteintje in onze tuin stonden, witte stenen met de namen van onze geliefden loslieten en overgaven aan het stromende water en tegelijkertijd elkaar vasthielden, sommigen letterlijk, anderen met een blik en een glimlach. Ik voel me dankbaar om deel te mogen uitmaken van deze groep bijzonder(e) gewone mensen. Deze afsluiting vormde een tedere opmaat naar Advent, het uitzien naar het licht.

Na deze ontmoeting hadden we een bestuursvergadering. Moeilijk hoor, het omschakelen van innerlijke stilte naar uiterlijk leiding geven aan de vergadering. Maar ook tijdens zo’n vergadering is de gemeenschap te voelen. Eén van de onderwerpen was onze zoektocht naar een nieuwe ‘achternaam’ voor onze gemeenschap en ons huis. In de laatste ALV hebben we met elkaar besloten dat we hier de tijd voor gaan nemen. Tijdens de vergadering hebben we een aantal criteria bedacht waaraan de naam moet voldoen. Ik zet ze hier nog even op een rijtje:

·         Een korte, krachtige naam

·       Aansluiten bij wie wij zijn en wat we willen betekenen, de naam moet de lading dekken

·         Er moet iets ‘huiselijks’ in zitten (huis, thuis, …..)

·         Geen naam die al veel gebruikt wordt

·         Een naam in de Nederlandse taal, geen afkorting

·         De naam voor de vereniging is dezelfde als die voor het gebouw

Ik daag een ieder uit om zijn of haar creativiteit aan te boren en op zoek te gaan naar een voorstel voor een nieuwe naam die onze oude naam ‘NPB’ gaat vervangen. De namen en een toelichting mogen jullie naar Wil Gouda (wil.gouda@casema.nl) of naar mij (schuitemaker.martin@gmail.com) sturen. Een briefje mag natuurlijk ook, maar we hebben het wel graag schriftelijk.

Het bestuur zal vervolgens een aantal namen selecteren en op de voorjaars-ALV maken we hier samen een keuze uit. Ik ben benieuwd en laat me graag verrassen!

Namens het bestuur wens ik jullie warme en liefdevolle feestdagen toe!!

                                                                                  Martin Schuitemaker

 

(RiV - augustus 2011)

 

De vakantie zit er voor mij (en voor meer mensen, denk ik) weer op. Afgelopen zondag weer naar ons NPB-huis geweest. Leuk om elkaar weer te ontmoeten, de verbinding (weet u nog wel, het thema voor de komende jaren) onderling behoeft weinig planning en werk, die is er!

Ik heb ook genoten van onze mooie tuin. Er is veel werk verricht door een aantal mensen o.l.v. Eveline, super! Mooi al die planten die gepoot zijn en bijzonder hoeveel de natuur zelf er bij zet. Leuk om te beseffen dat als wij er niets aan doen, de natuur het altijd wint. Maar goed, dat laten we niet gebeuren, tenminste niet in onze tuin, daar zijn wij de baas.

Tijdens mijn vakantie in Bretagne ben ik op plekken geweest waar dat wel gebeurde. Bijzonder was de plek waar een meer dan 1000 jaar oude eik ‘formidable’ stond te zijn. De aanblik van deze boom en de aanraking van zijn ruige bast deed mij beseffen hoe klein en kwetsbaar ik als mensje eigenlijk ben. Aan de andere kant is het voor de moderne mens ook een kwestie van een paar minuten om zo’n 1000-jarige te vellen. Wie is er nu sterker? Mens of moeder natuur? …………………..

Wat een domme vraag eigenlijk! Maakt de mens dan geen deel uit van de natuur? Staat de mens boven de natuur? Het is zo makkelijk gezegd: ‘Wij zijn onderdeel van het grote geheel’. Zo zie ik het in ieder geval wel, maar het valt me op dat ik me er lang niet altijd naar gedraag. Op de een of andere manier kunnen we dat ook niet meer in onze westerse beschaving. Maar een beetje bewuster met de andere onderdelen van het grote geheel omgaan kan natuurlijk wel. Daarmee wil ik niet zeggen dat we onze tuin maar moeten laten overwoekeren door hetgeen moeder natuur ons schenkt. Dus als er mensen zijn die het robbertje vechten met de natuurkrachten als een uitdaging zien, meld je dan aan voor een zaterdagmorgen onkruid wieden.

Als ik die oude boom in Bretagne verbind met de lezersvraag over het godsbeeld, besef ik dat God mij overkomt op de momenten dat ik me verwonder over de niet te beschrijven schoonheid en complexiteit van het leven dat, als ik even stilsta, overal om mij heen te bewonderen is. God is voor mij de kracht die leven gemaakt heeft en in stand houdt. De kracht die mij gemaakt heeft, altijd bij/in me is of ik nu wil of niet. De kracht die in het kleine fruitvliegje zit en die ieder jaar die mooie grote boom weer doet uitlopen en vrucht laat dragen. Als ik dat besef voel ik me gelukkig en waardevol. Mijn ziel is het waard om een poosje deel uit te maken van dit godswonder en daarom probeer ik er maar zoveel mogelijk van te genieten. Leve het Leven!!

 

Henk

Even iets heel anders:

Henk Harmsen heeft te kennen gegeven dat hij stopt met zijn verantwoordelijk-heden voor onze vereniging. Hij wil ruimte creëren door een pas op de plaats te maken en van daaruit weer verder te gaan met zijn leven. Een periode van bezinning en rust geeft op termijn weer de mogelijkheid om te kiezen en om andere wegen, of platgetreden paden, met andere ogen te gaan verkennen. In de praktijk betekent dit dat Henk zijn taken als voorganger en pastoraal werker heeft neergelegd. Eerder heeft hij al aangegeven dat hij van voorganger is overgestapt naar voorbijganger. De coördinatie van het pastoraat wordt overgenomen door Jaap van ’t Riet (fijn Jaap, bedankt!).

Op deze plek wil ik Henk vanuit mijn hart bedanken voor zijn prikkelende, tedere, liefdevolle en wakker makende verhalen, voor zijn ongeëvenaarde mooie liederen, voor zijn dansende vingers op de toetsen van de piano, voor zijn pastoraal luisterende oren en zijn warme hand op vele schouders. De rust en de ruimte die je neemt is je van harte gegund. De ruimte die jij creëert door je naar de achtergrond te begeven, is voor anderen wellicht een kans om ons van zijn of haar talenten te laten meegenieten op bijvoorbeeld een open podium. Ik ben benieuwd wat er gaat komen. We gaan gewoon lekker verder met verdwalen, wie gaat er mee? Ik weet de weg.

Martin Schuitemaker

Comments